Check zelf: past mijn zadel?

Het is nagenoeg onmogelijk om puur op het oog te beoordelen of een zadel echt goed past bij je paard. Het paard is van nature meewerkend en zal altijd proberen te doen wat je vraagt, eventueel op een manier waarbij hij zo min mogelijk last heeft van beperkingen of pijn.

Je bent gauw geneigd om te denken dat je paard het echt wel laat merken als het zadel ergens niet lekker zit. Maar een middelmatig passend zadel leidt echt niet direct tot een stakend, steigerend of agressief paard. Kijk maar naar werkpaarden in derde wereldlanden, koetspaarden in toeristische oorden en zelfs naar Totilas, die op het EK in Aken een proef liep ondanks een botontsteking. En hoeveel ruiters komen er pas jaren later achter dat hun paard ernstig verminkte schouderbladen heeft… en echt niet van de laatste drie maanden waarin hij ineens onregelmatig werd of weigerde te werken.

Loopt je paard pijnvrij?

Een middelmatig zadel hoeft ook niet altijd direct pijn te doen. Maar het kan wél de oorzaak zijn van verminderde werklust, stijfheid, niet kunnen onderbrengen van de achterhand of onverklaarbare weigeringen. Een op röntgenfoto's aantoonbaar geblesseerd paard kan toch volkomen rad lopen en zelfs springen. Maar dat wil niet zeggen dat je hem een plezier doet, en helemaal niet als je hem laat presteren op het niveau dat hij zou aankunnen…

Kijk zelf maar

In 9 filmpjes van 2 tot 5 minuten legt Jochen Schleese uit hoe en op welke punten je zadels beoordeelt om te kijken of het goed past. In het Engels, maar goed te volgen.

Ben je er na de uitleg in deze 9 filmpjes niet van overtuigd dat jouw zadel optimaal past, schroom dan niet en bel ons: wij zijn er om ruiters aan fijne zadels te helpen die hun paard beter en duurzaam laten presteren.

  1. Balans: Het zadel moet horizontaal op de paardenrug liggen en mag niet naar voren hellen, noch naar achteren hangen. Opvullen met een onderlegger lost het optisch wel op, maar verhoogt juist de druk van de boom van het zadel op de paardenrug.



  2. Schoftvrijheid: een term die iedereen kent. De ruimte tussen schoft en zadel moet 2 tot 3 vingers zijn, maar pas op. Deze ruimte moet rond de volledige schoft aanwezig zijn, dus niet alleen aan de bovenkant.



  3. Kussenkanaalbreedte: het kussenkanaal moet breed genoeg zijn om functie van de wervelkolom en de lange rugspier niet te storen. Dat is bij de meeste sportpaarden minimaal 4 vingers.



  4. Drukverdeling: de kussens moeten de rug gelijkmatig raken. Het paard moet zijn rug vrij kunnen bewegen.



  5. Goed geplaatste singelstoten: de singel zal altijd naar het smalle punt vlak achter de elleboog trekken. De singelstoten dienen zo te hangen dat ze daar recht naar beneden hangen, niet schuin naar voren of naar achteren.



  6. Lengte van het zadel. De schouders en het lendengebied van het paard horen geen gewicht te dragen van het zadel en de ruiter. Het gewicht van de ruiter dient alleen over het zadeldraagvlak verdeeld te worden.



  7. Rechtheid: het zadel dient uiteraard recht te zijn, gezien vanaf de voorkant of de achterkant. Door gebruik en opgelopen schade kan een zadel op een bepaald moment scheef worden. De takken van de zadelboom moeten achter beide schouderbladen blijven en het zadel mag niet ‘twisten’, waarbij het tegen de wervelkolom schommelt tijdens het rijden.



  8. Boomhoek: heel belangrijk! De takken van de zadelboom dienen parallel aan de hoek van de schouderbladen te zijn. Controleer dit met twee stokjes.



  9. Boombreedte: de boom past pas goed als het breed genoeg is om de schouder volledige bewegingsvrijheid te geven. Het zadel draagt op de spieren, niet op de schouder zelf.



 

Meten is zeker weten

Twijfel of nieuwsgierig of het veel beter kan? Schroom niet en bel! De kosten voor een privé-masterclass op jouw locatie zijn een investering in zekerheid, en je bent volkomen vrij om al dan niet een eventueel ander zadel bij ons te kopen. Het evaluatierapport blijft jouw eigendom.

Of kijk eerst hier om te zien hoe wij dat aanpakken.